ONZE VISIE

Van onderwijzen naar leren

SOPRO CVO staat aan het begin van een drastische, innovatieve verbouwing. Alle opleidingen zullen vertrekken vanuit een nieuwe visie op leren, vanuit een nieuw referentiekader. Het gaat niet langer om 'onderwijzen', maar om 'leren'. Vanuit deze visie zal het CVO met alle creativiteit die het in huis heeft het onderwijs inrichten en het onderwijsaanbod aanpassen.

Van eenduidigheid naar variatie

De eisen die de samenleving en de beroepspraktijk aan opleidingen stelt, veranderen voortdurend. Het bedrijfsleven vraagt om breed inzetbare werknemers die beschikken over sleutelvaardigheden als zelfstandig kennis en ervaring opdoen, problemen oplossen, verantwoordelijkheid dragen, samenwerken. Bovendien heeft onze moderne samenleving behoefte aan actief deelnemende burgers. Dat vraagt om ander onderwijs: een aanpak waarin zelfstandig leren en handelen centraal staat. Vakinhoudelijke kennis en vaardigheden blijven natuurlijk noodzakelijk, maar nét zo belangrijk is leren zelfstandig te denken en te werken. Tegelijkertijd wil een steeds gevarieerder groep mensen deelnemen aan het onderwijs: mensen met verschillende beroepswensen, vooropleidingen, leeftijden, etnische achtergronden. Bovendien wil de cursist zo snel mogelijk het gewenste leerdoel bereiken. Dat vraagt om een zeer gevarieerd en gedifferentieerd onderwijsaanbod, qua duur, inhoud, aanpak en niveau.

Naar zelfstandig leren

Ons onderwijs verandert van 'onderwijzen' naar 'zelfstandig leren'. Het gaat er om dat onze cursisten tijdens en na hun opleiding zelfstandig nieuwe kennis en vaardigheden kunnen verwerven. Dat vraagt om een overgang van een aanbodgestuurde naar een vraaggestuurde benadering. De cursisten krijgen de kans zich onderzoekend op te stellen en daar plezier in te krijgen. Deze methodiek van ontdekken en exploreren staat dicht bij de leefwereld van de cursist. Het 'leren' speelt zich zoveel mogelijk af in een context die aansluit bij de persoonlijke ervaringen, de beroepspraktijk en de samenleving. Zelfstandig leren betekent dan ook dat de cursist de kans krijgt herkenbare problemen op te lossen in realistische situaties. In dialoog met anderen kan de cursist leren van eigen ervaringen. In zo'n leerproces heeft de cursist de mogelijkheid zichzelf te sturen. In een uitnodigend en coöperatief leer- en werkklimaat kan de cursist zijn bekwaamheden leren kennen en ontwikkelen. Pas dan kan de cursist een 'persoonlijkheid' worden die een zinvolle betekenis kan geven aan een eigen plaats in beroep en samenleving.

Van consument naar klant

De cursist is niet langer een afhankelijk gebruiker van het onderwijsaanbod, maar een klant die kan aangeven hoe en wanneer hij ondersteuning en begeleiding nodig heeft. De cursist krijgt steeds meer zeggenschap over zijn eigen leerproces. Zijn leertaak kent allerlei leeractiviteiten die leiden naar kennis, vaardigheden en attitudes die de beroepspraktijk en de samenleving van hem vragen. De voortgang van het eigen leerproces is voortdurend onderwerp van gesprek met de begeleiders. Inzet en motivatie zijn daarbij vaste items. De cursist komt langzaam maar zeker tot het besef wat hij wel en niet kan, wat zijn sterke en zwakke kanten zijn en waar hij moet bijsturen om het leerproces tot een goed einde te brengen. Al pratend, werkend en reflecterend leert hij zijn competenties kennen en ontwikkelen.

Van kennisoverdrager naar procesbegeleider

De cursist is niet langer een consument van onderwijs, maar een actieve deelnemer aan een proces waarin hij bewust kan leren leren. Het sturen van dat proces wordt de nieuwe taak van de leraar. Als actief begeleider is hij vooral coach, stimulator en beoordelaar van leerprocessen van individuen en groepen. Zo snel mogelijk stopt hij met 'instrueren'; om over te gaan tot het 'stimuleren' van cursisten om zelf op onderzoek uit te gaan. In die ontdekkingstocht geeft de leraar stap voor stap het roer over aan de cursist. Het hele proces biedt hij die ondersteuning die de cursist nodig heeft om uiteindelijk succesvol te kunnen functioneren. De leraar voelt zich verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de eigen professionele instelling. Het takenpakket van de leraar gaat er dan ook heel anders uit zien. Vakspecialisme maakt plaats voor een interdisciplinaire aanpak. Dat vraagt om intensief en vakoverstijgend samenwerken met andere collega's en met andere teams. Tegelijk komen andere specialistische taken juist naar voren zoals trajectbegeleiding.

Naar interactie met de cursist

De omstandigheden waarin de cursisten en hun begeleiders werken, geven alle mogelijkheden tot zelfstandig leren en werken. Ze nodigen de cursist uit de verantwoordelijkheid voor het eigen leren op zich te nemen. Het leermateriaal is zo opgezet dat de cursist er zelf mee aan de slag kan. Tegelijk is het onderwijs zó georganiseerd dat er voortdurend coaching mogelijk is. De infrastructuur biedt de gelegenheid gebruik te maken van de mogelijkheden van ICT. De leeromgeving is levensecht en verwijst naar de realiteit in de beroepspraktijk. De cursist ervaart voortdurend hoe hij kennis en vaardigheden kan gebruiken. De praktijk krijgt een nog prominentere rol in het onderwijs.

Naar een continu proces van vraag en aanbod

SOPRO CVO zal steeds betere methoden vinden om signalen uit de samenleving snel te vertalen naar het onderwijs. Er is een variatie aan leersituaties en een differentiatie aan leertrajecten. Het inrichten van het onderwijs is dan ook een continu proces. Terugkoppeling is daarbij natuurlijk essentieel: hebben we de gewenste resultaten gehaald? Een systeem van kwaliteitszorg zal deze cyclus van input-output volgen, meten en aanpassen. In het nieuwe onderwijs van 'trajectdenken' is trajectbegeleiding natuurlijk van cruciaal belang. Elke cursist wordt het hele leertraject op de voet gevolgd. Dat begint al aan het aanmelden: via een intakegesprek en de bepaling van het instapniveau kunnen de cursisten zo snel mogelijk in een traject terechtkomen dat het beste bij hen past. De opleiders bieden het hele traject alle noodzakelijke coaching om tot een snelle en succesvolle afsluiting te komen.

Zelforganisatie binnen gezamenlijke kaders

SOPRO CVO wil een onderwijsklimaat creëren waarin cursisten actief en bewust bezig zijn met hun eigen leerproces. Zo'n ingrijpende overgang van 'onderwijzen naar leren' is natuurlijk niet in één keer te realiseren. Het zal dan ook een geleidelijk proces zijn van pionieren naar opbouwen en inbedden. Visie, onderwijsconcept en organisatievernieuwing zullen elkaar voortdurend aanvullen en versterken. Als de opleiders zich de nieuwe visie hebben eigengemaakt, kunnen ze het onderwijs inrichten dat past bij de eigen situatie. Dat betekent dat elk team eigen keuzes maakt in het veranderingsproces. Hoe richten we het onderwijs in? In welk tempo? In welke volgorde? Hoe drastisch of hoe geleidelijk? Hoe ondervangen we de risico's? Zoals de cursist het eigen leerproces kan sturen, zal een intern team sturing geven aan het veranderingsproces. Deze 'zelforganisatie' biedt de mogelijkheid een zelfgekozen richting in te gaan, waarbij alle betrokkenen samen verantwoordelijk zijn voor een goed resultaat. Eenieder heeft daarbij te maken met organisatiedoelen en gemeenschappelijke kaders.